Geen troost

Honderden witte bloemen liggen op haar kist. Een grote foto van Luus op haar allermooist staat in het mulle zand. Haar man, zussen en ouders staan er gebroken van verdriet naast. Terwijl de rij zich schuifelend naar voren begeeft neemt mijn hartslag toe. Nog 10 mensen voor mij en dan mag ik mijn bloem op haar kist leggen. Een laatste groet. Een laatste knikje naar Luus. Langzaam lost de rij op en wanneer er nog 3 mensen voor mij staan valt mijn oog op haar grote foto. Hoe bizar, hoe wreed en onwerkelijk. Deze prachtige vrouw, 31 jaar jong straalt mij tegemoet vanaf haar foto terwijl iedereen vol verdriet afscheid neemt bij haar kist.

Wanneer ik mijn witte bloem bij de talloze anderen bloemen heb gelegd begeef ik mij tussen de honderden genodigden. Ik voel mij hier niet op mijn plek. Luus was geen vriendin van mij uit haar betere tijden, ze was geen familie of kennis uit de buurt. We leerden elkaar kennen via de Stomavereniging. Waar een stoma voor mij een oplossing van mijn ziekte was, bleek het voor haar slechts een tussenstation. De ziekte woekerde ongestoord verder. Totdat zij overleed aan de kanker die haar veel te snel verslond.

Ik voel mij ongemakkelijk, iedereen lijkt elkaar te kennen. Ik sta tussen haar geliefden en dierbaren maar ik ben slechts een lotgenoot. Een uitgenodigde lotgenoot, dat wel. Wanneer ik even later met mijn glaasje wijn om mij heen kijk zie ik in de verte Jonathan staan. De man van Luus. Ze zijn samen door de diepste dalen gegaan. Nu staat hij daar, alleen, bij haar kist. Hij zakt door zijn hurken, het verdriet spat van hem af. Ik hoor hem huilen. Hartverscheurend huilen om de leegte die hem overvalt na al die maanden zorgen.

Weer een lange rij. Weer schuifelend naar voren tot honderden mensen mij voor zijn gegaan. De rij leidt mij naar haar ouders, haar broer en zus. Wanhoop, verbijstering en paniek in alle ogen. Hoe moet je verder leven na het verlies van je dochter en zus? Ik condoleer. Ik stamel wat over ‘een mooie dienst’, ’mooi gesproken’ en ‘het was echt zoals Luus was’. Ik besef mij terdege wat een belachelijke woorden dit zijn. Niks aan deze dienst was zoals Luus echt was. Luus was namelijk nooit eerder zo afwezig, zo doods als nu. Anderzijds klopt alles aan vandaag. Alle mensen waar zij om geeft zijn bij elkaar. Net als op haar trouwdag slechts twee jaar geleden. Met het grote verschil dat Luus hier niet lijfelijk bij aanwezig is.

Terwijl haar vrienden met een wijntje in de hand proosten op Luus, knijp ik er stilletjes tussenuit. Ik geef Jonathan een snelle knuffel, daarna keer ik huiswaarts waar niks of niemand mij in een andere stemming krijgt. Voor dit bestaat geen troost. Luus haar dood was zo belachelijk, zo betekenisloos en zo stom. Er zit niks anders op dan doorleven. Met een iets andere bril op naar de wereld kijken. Genieten. Beseffen wat een rijkdom een goede gezondheid is. Weten dat het zomaar over kan zijn. Alleen dat is wat Luus haar dood betekenis kan geven maar helaas, dat wist ik al. Er is geen troost voor deze zinloze dood…

Carlijn is de afgelopen jaren regelmatig ziek geweest en heeft sinds 10 jaar een ileostoma. Ziekte en gezondheid zijn steeds terugkerende factoren die maken dat haar leven anders loopt dan ze had voorgesteld. In haar blogs deelt ze zowel haar blije dagen en haar treurige momenten. Kijk voor een overzicht van haar blogs ook op www.ik-leef.nl.