Kinderen met een urinestoma

Als plassen bij uw kind niet vanzelf gaat, kan worden besloten om een urinestoma aan te leggen. Dit is meestal tijdelijk.

Soorten stoma’s

Natte stoma’s:

  • Eindstandig urinestoma (eindstandige uretero-cutaneostomie): De meest eenvoudige techniek is de eindstandige stoma. Hierbij wordt een urineleider losgemaakt van de blaas en in de huid gehecht. Het opheffen van de stoma gebeurt meestal een half jaar tot een jaar na het aanleggen ervan.
  • Ureterocutaneostomie volgens Sober: Deze stoma wordt aangelegd bij een slechte nierfunctie waarbij er een vernauwing is in de urineleider, vlak voor de blaas of als het klepje tussen de urineleider en de blaas niet goed is aangelegd.
  • Percutane nefrostomie (Slangetje in nierbekken, ofwel nefrostomiedrain): Dit is een weinig voorkomende, tijdelijke oplossing bij ernstige urineweginfectie, bijvoorbeeld bij een vernauwing onder het nierbekken of ernstig niersteenlijden.
  • Blaasstoma (Vesicostoma): Er wordt boven het schaambeen operatief een open verbinding gemaakt tussen de blaas en de huid. Dit is een tijdelijke oplossing.

Droge (continente) stoma’s:

  • Methode volgens Mitrofanoff (appendico-vesicostomie volgens Mitrofanoff): Wanneer de natuurlijke plasbuis niet of niet gemakkelijk (zoals bij rolstoelgebruikers) kan worden gebruikt of de plasbuis niet geschikt is om door te katheteriseren kan een verbinding worden gemaakt tussen de blaas en de buikwand.
  • ‘Pouch’-technieken: Het kan voorkomen dat zowel de blaas als de plasbuis niet meer kunnen worden gebruikt. Dan is er uit darmweefsel nog een reservoir te construeren. Dat wordt gemaakt door een aantal dunne darmlissen tegen elkaar aan te leggen, waarvan de wanden onderling zijn doorverbonden.

Wanneer een stoma?

De meest voorkomende reden om een tijdelijk stoma aan te leggen, is de aanwezigheid van urethrakleppen. Deze aangeboren afwijking komt alleen bij jongens voor. De urethrakleppen bevinden zich in de plasbuis, vlak onder de blaasuitgang. Het zijn vliesjes die er niet horen. Ze bollen op als er geplast wordt en werken zo als een vernauwing. Ze zijn al vóór de tiende week van de zwangerschap gevormd.

Lees meer over